Horizontale relaties maken

verbindingenDeze uitspraak kwam uit de mond van professor André Wierdsma tijdens een lezing waarmee hij zijn publiek voorhield dat managers horizontale verbinding moesten maken met hun medewerkers. Hetzelfde, zo vond hij, gold voor adviseurs met hun opdrachtgevende managers en ondernemers. Een zeker gegniffel kon onder het gehoor niet worden onderdrukt, maar er zaten bijzondere waarnemingen in zijn betoog.

Leerzaam moment

De jubilaris die een deel van zijn activiteiten anders ging invullen (ander woord voor met pensioen gaan) had bedongen dat tijdens zijn receptie er ook een educatief moment ingebouwd zou worden. En zodoende kwam de professor met het betoog dat van oudsher onze samenleving is opgebouwd uit samenwerkingsvormen (samenlevingsvormen) die verticaal zijn gevormd. Je had vormers en mensen die gevormd moesten worden. Deze oervorm vindt zijn oorsprong in de kerkelijke samenleving. Later, toen de mens zich steeds meer los ging maken van de dogma’s en door zelfontplooiing en kennisverrijking (Maslov) een eigen individualiteit en uniciteit ging aannemen kwam de vraag; wie vormt wie? Je zou het als een concurrentiestrijd kunnen zien. Bevrijding van de mens als zelfstandig individu. (medewerker). Maar wie beïnvloed wie?

GezichtVertikaal of horizontaal?

In het “oude” denken zie je dan dat bedrijven macht en gezag hanteren en een rangschikking brengen die verticaal is. En voor adviseurs geldt dat zij een kunstje getraind hebben voor een bepaald type van probleem. De u vraagt wij draaien formule. En daar gaat het in de post moderne tijd waarin we nu terecht zijn gekomen de schoen wringen. De hiërarchische modellen lijken nu uitgewerkt. De adviesmodellen volgens traditionele sjablonen waarbij  adviseurs een standaard remedie hebben voor een standaard probleem, werkt niet meer. Of, om het wat plastisch uit te beelden. Als een adviseur met competentie “A ” een hamer heeft om een spijker in de muur te slaan en adviseur met competentie “B” een schroevendraaier heeft om een schroef in te draaien, werkt dat zolang het probleem zich duidelijk laat definiëren tot een spijker en een schroef probleem. Maar wat nu als adviseur A plotseling probleem B tegenkomt.  Dan zal adviseur A zich niet snel laten inruilen voor adviseur B en is al snel de neiging om met de hamer de schroef er in te slaan. En dat type oplossing is zeker niet duurzaam te noemen.

To undo each other

Wat Wierdsma met zijn betoog probeerde aan te geven was de constatering dat managers met hun medewerkers en adviseurs met hun opdrachtgevers/ondernemers op gelijk niveau van probleemanalyse moeten werken. Samen zoeken zij naar de passende oplossingen.  En dat noemde hij horizontale verbinding maken. Vooraf staat de oplossing niet vast. Eerst wordt gezamenlijk gewerkt aan de probleemanalyse. Als randvoorwaarde noemde Wierdsma dat partijen kritisch tegenover elkaar moeten durven en willen staan. “To undo each other”. Dus los en onafhankelijk van elkaar. Dat vraagt een zekere veiligheid van de omgeving. Vrijheid om dat te zeggen wat je denkt en voelt. Losmaken van oude conventies en hiërarchische patronen. Want als deze in de relatie bepalend blijven dan schiet de horizontale relatie weer naar de verticale. Weg klik. Maar als de relatie “undo” is en horizontaal genoemd kan worden komen de goede verbindingen en oplossingen. Dan brengt iedere partij; medewerker, ondernemer, adviseur/manager, zijn expertise in het proces. Dan gaat het om het goed doorlopen van het proces. En dan is het vinden van de goede oplossing met een succesvol resultaat een logisch gevolg.