Lege binnensteden en lege winkels het doemscenario van de retail.

advies over angstHet spookbeeld van de ondernemende middenstander is het vooruitzicht dat binnen tien jaar 30% tot 50% van de winkels gaat verdwijnen.  Toen deze voorspelling in een beleidsnotitie van mijn gemeente werd verwerkt, en tevens werd aangekondigd dat enkele nieuwe bedrijventerreinen werden uitgegeven, raakten veel ondernemers in een lichte vorm van paniek.  Binnenstadondernemers liepen te hoop tegen branchevervaging en ongewenste detailhandel op industrieterreinen. Maar is deze ontwikkeling tegen te gaan?

Beleving.

tabletsIn een eerdere publicatie:  “Het einde van winkels” meldde auteur Cor Molenaar (hoogleraar E-Marketing aan de Erasmus Universiteit Rotterdam) nog dat € 10 miljard omzet naar de internetwinkels gaat.  Op prijs of gemak redden de fysieke winkels het niet.  Er is geen toekomst voor winkels die geen gebruik maken van internettechnologie.  Inmiddels heeft de auteur een nieuw boek uitgebracht  “Red de winkel”.  Gepleit wordt voor gebruik van tablets en internettafels in de winkel. Nog veel meer dan vroeger zullen winkels de zintuigen van hun klanten moeten activeren.  Meer werken met licht, geur en diverse instrumenten om de klanten te verleiden.  Juist dat onderscheidt de fysieke winkelbeleving van de internetwinkel. Dus er is hoop.

Overheid met een vingertje? 

leegstandEr ligt een taak voor de overheid en ondernemers om er voor te zorgen dat winkelcentra interessant blijven en geen trieste B locaties worden.  Hoe frustrerend is het dan als sommige gemeenten in drukke koopperiodes extra parkeerwachten inzetten om klanten te beboeten die te laat bij hun auto terug komen.  Dan jaag je klanten wel naar winkelcentra met gratis parkeren en internetwinkels. Laten overheid en ondernemers de handen ineen slaan en concepten ontwikkelen met langere openingstijden, meer entertainment  (bioscoop, theater etc.) en een interessante mix van horeca en winkels.

Koopgedrag.

Consumenten zullen zich thuis op de bank met hun tablet of smartphone oriënteren op hun aankopen.  Dat betekent dat de fysieke winkel het niet wint op gemak en een scherpe prijs . De fysieke winkel zal zich dus meer richten op de minder rationele overwegingen van de consument.  De winkel als beleving voor zijn zintuigen.  Een omgeving waar het gezellig is. Maar faciliteer deze klanten ook in de winkel met gebruiksmogelijkheden (wifi) voor smartfone en tablet. Je kunt de klant ter plaatse vergelijkingen laten maken en hem koopsignalen geven. Laten de twee werelden van de fysieke en virtuele koopomgeving naar elkaar toegroeien.

Alles moet anders.turbulentie

We leven in een turbulente wereld waar de houdbaarheid van gevestigde business modellen  soms van korte duur is. Ondernemers moeten inspanningen leveren om zichzelf telkens opnieuw uit te vinden.  Of, zoals ik laatst hoorde; innovatie in deze tijd vraagt om klantobsessie.  Alles moet snel, transparant en persoonlijk.  Bijna alle markten zijn verdringingsmarkten geworden.  Ondernemingen in topconditie onderscheiden zich met medewerkers die betrokken zijn en die zich met verstand van zaken inzetten.  Dit vraagt ook voor de ondernemende retailer een scherpe visie, veel discipline en een intensieve stijl van aansturen.  De benodigde prestaties moeten top of mind blijven.  Vertrouwen in de eigen strategie en de talenten van je medewerkers is dan het cement van de fitte organisatie.

De kracht van familiebedrijven in crisistijd.

familiebedrijfDe huidige crisis bevordert ondernemerschap, zo las ik in een Nyenrode onderzoek onder 115 familiebedrijven in Nederland. Of zoals een ondernemer het zei, we zijn door de crisis weer wakker geschut. De crisis geeft weer gelegenheid ondernemer te zijn. Crisis maakt dus scherp en bevordert creativiteit. Waardoor onderscheiden familiebedrijven zich positief ten opzichte van niet familiebedrijven?  Waarom vormen zij al jaren de stabiele factor in de Nederlandse economie?

Natuurlijk hebben ook familiebedrijven te maken met zwaar weer, beroerde marktomstandigheden, afnemend consumenten en leveranciers vertrouwen, steeds meer regelgeving en verstikkende overheidsmaatregelen. Waarin familiebedrijven zich onderscheiden is de reactie op deze omstandigheden.

Belang van familiebedrijven.

Een opvallend gegeven, zo blijkt uit het Nyenrode onderzoek, is dat 69% van de bedrijven in Nederland familiebedrijven zijn. Dat zijn er dus meer dan 260.000 in alle sectoren. Zij bieden 49% werkgelegenheid (4,3 miljoen werknemers) en zorgen voor 53% van ons bruto nationaal product. Het economisch belang van het familiebedrijf is dus niet te onderschatten.

Succesfactoren.    advies geldzaken

Eigenaren van familiebedrijven zijn meer gericht op de lange termijn en hebben het rentmeesterschap hoog in hun vaandel staan. De betrokkenheid van aandeelhouders bij het bedrijf is groot. Zij zijn ook houders van aandelen en geen handelaren in aandelen.  De financiering van het familiebedrijf verklaart een deel van hun succes. Het bedrijfsvermogen wordt en werd gevormd uit de winstreserveringen. Inbreng van vreemd vermogen wordt zoveel mogelijk buitengesloten. In crisistijd betekent dat hun remweg langer is en de solvabiliteit meer armslag geeft  Hun afhankelijkheid van bankiers (afdelingen bijzonder beheer) is minder en hun regierol om hun lange termijn strategie uit te voeren is daardoor groter. Familiebedrijven kunnen vertrouwen op geduldig kapitaal. Hun vermogensstructuur en mogelijkheden daar nog op te kunnen interen is vaak de redding om de crisisstorm over te laten waaien.

In tijden van crisis en spanning is er behoefte aan leiderschap. Bij familiebedrijven is dat zeer herkenbaar. De ondernemer heeft een voorbeeldfunctie. De lange termijnvisie bevordert innovatie. De bedrijfsbelangen staan altijd voorop en binnen het familiebedrijf wordt met korte lijnen gewerkt. Dit geeft ook de nodige rust binnen het bedrijf.

ondernemerschapBij familiebedrijven is de binding tussen bedrijf en personeel groot. Er is een hoge werkethos en loyaliteit. Winstmaximalisatie is geen doel  op zichzelf. Familiebedrijven zijn sterker gericht op continuïteit en betrouwbaarheid naar alle partijen waaronder ook het personeel. Medewerkers waarderen dat goed werkgeverschap.

Veel familiebedrijven gebruiken de crisis voor innovatie en verbetering van productietechnieken. Met deze aanpak zullen familiebedrijven ook eerder klaar zijn voor betere tijden. Zij hebben zo lang mogelijk hun personeel behouden en daarmee kennisvoorsprong opgebouwd ten opzichte van sterk gesaneerde bedrijven. Familiebedrijven zien hun personeel als belangrijk element voor de continuïteit.

Succesvolle familiebedrijven zijn dus in staat om ondernemerschap, leiderschap en paternalisme te combineren. En wat is er mis mee als cruciale beslissingen aan de keukentafel van de ondernemer genomen worden in plaats van besluitvorming in dure boardrooms met duur betaalde managers?